arnoldcornelis

Logica van het Gevoel

Tijd als middel tegen ongelijke verdeling van rijkdom

Het begrip “waarde” kunnen we onderbrengen in twee categorieën: authentieke waarde en virtuele waarde. Authentieke waarde ontstaat doordat mensen waarde toevoegen aan de werkelijkheid. Dat gebeurt via een proces waarvoor tijd, inspanning, kennis, en vooral ook sociale erkenning nodig is. Authentieke waarde wordt door mensen en/of door goederen “gedragen”. Virtuele waarde is het resultaat van onderhandeling. Het hoort bij een transactie. Het wordt berekend en uitgedrukt in geld.

Authentieke waarde wordt “gedragen”

Om waarde te kunnen toevoegen zijn “waardedragers” nodig. Waardedragers zijn delen van de werkelijkheid (mensen, dingen, ..) aan de hand waarvan iemand de werkelijkheid, en dus ook zichzelf kan veranderen. Waardedragers zijn niet hetzelfde als de “waarden” die ze dragen. Ze maken de waarde die ze dragen toegankelijk als “mogelijkheid” om er waarde aan toe te voegen. In feite dragen ze de realiteit die de mens kan “waar”- nemen. Waarnemen is het zien van een mogelijkheid om iets te veranderen! Daarom is realiteit behalve “waar”en waardevol, ook “werkelijk”. Werkelijkheid is de realiteit die iemand kan “bewerken”. Iemand kan er eigen waarde aan toevoegen. Zo creëert ieder mens een eigen “werkelijkheid”, met eigen “waarden” en “waarheden”. De “aard” van die werkelijkheid is authentiek en uniek. Samen vormen de persoonlijke “werkelijkheden” de “eigen-aardigheden” van een samenleving. Deze worden gedragen door personen en objecten. Werkelijkheid is per definitie zowel subjectief als objectief. De relatie daartussen ligt verankerd in de historisch gegroeide stabiliteit die we “cultuur” noemen.

Cultuur stabiliseert de complexe werkelijkheid van de samenleving. Het maakt persoonlijke betekenisverlening mogelijk wat betreft de authentieke waarde die mensen eraan toevoegen. Dat gebeurt op grond van herkenning en erkenning. De authentieke waarde wordt verankerd in het historisch gegroeide mensbeeld en wereldbeeld van de samenleving. In het natuurlijk systeem gebeurt dat door middel van van mythen en rituelen, in het sociaal regelsysteem op grond van geloofsovertuigingen en wetgeving. Enerzijds zorgt de cultuur ervoor dat mensen betekenis kunnen geven aan hun zelfsturing. Anderzijds zorgt het ervoor dat de mogelijkheden die ze zien om waarde toe te voegen op grond van persoonlijke sturingsbedoelingen, grotendeels begrensd blijven tot wat zinvol is voor de samenleving.

Virtuele waarde (marktwaarde)

In het begin van de middeleeuwen laat een rijke koopman twee identieke villa's bouwen, één in Parijs, en één in zijn geboortedorp in centraal Frankrijk. Beide villa's blijven in de familie en worden op gelijkerwijze onderhouden. Een paar honderd jaar later is de verkoopwaarde (transactiewaarde) van de villa in Parijs tien keer hoger dan die van de villa in centraal Frankrijk.

Oorspronkelijke was de transactiewaarde van beide objecten gelijk. Maar gedurende een paar honderd jaar is de vraag naar woonruimte veranderd. De villa in Parijs is nu veel “meer waard”. Het gaat om virtuele waarde. In tegenstelling tot authentieke waarde wordt virtuele waarde niet door de werkelijkheid gedragen maar vertegenwoordigt door geld. Een geldstuk of een bankbiljet draagt, afgezien van de eigen materiële waarde, geen authentieke waarde. Aan een huis kan iemand door eigen werkzaamheden waarde toevoegen, maar met een één-Euro geldstuk gaat dat moeilijk (je kunt er eventueel een gat in boren en er een halsketting van maken).

Geld vertegenwoordigt transactiewaarde. Dat is een “virtuele” waarde die door transactiepartners wordt overeengekomen. Transactiewaarde is afhankelijk van plaats, tijdstip en omstandigheden. In feite is het een “marktwaarde” die door onderhandeling tot stand komt. Geld is de rekeneenheid die daarvoor gebruikt wordt. Het vertegenwoordigt de waarde van een transactie, maar het draagt niet de authentieke waarde van de goederen en/of diensten waarop de transactie betrekking heeft.

Verlies van authentieke waarde

Transacties veranderen authentieke waarde in virtuele waarde, en omgekeerd. Het voorbeeld van de villa in Parijs laat duidelijk zien dat virtuele waarde en authentieke waarde los staan van elkaar. In Parijs heeft de villa, op grond van “vraag en aanbod”, een exponentieel hogere marktwaarde gekregen. Zoveel zelfs, dat met de financiële opbrengst ervan 10 gelijkwaardige villa's in centraal Frankrijk kunnen worden gekocht. Met andere woorden, de authentieke waarde van 1 villa kan worden ingeruild tegen de authentieke waarde van 10 (authentiek) gelijkwaardige villa's. Concreet betekent het een enorm verlies van authentieke waarde, d.w.z., van tijd, inspanning, kennis, en sociale herkenning. Transactiewaarde integreert deze grootheden niet. In tegendeel, het gaat er juist om deze zoveel mogelijk te vermijden. Dat is de definitie van “efficiëntie”. Tijd is geld! Wie veel geld wil verzamelen moet zo min mogelijk tijd “verliezen”. Om die reden is transactiewaarde een virtuele waarde. Het is een waarde die niet door mensen kan worden gedragen en cultureel kan worden verankerd. Wel is het zo dat de verliezen die optreden in de wisselwerking tussen authentieke en virtuele waarde, door de natuur en door de samenleving worden gedragen. Dat noemt men dan “kosten”. En die zijn hoog, want behalve natuur en cultuur, gaat het ook om verlies van mogelijkheden voor het toevoegen van authentieke waarde. Het gevolg is verarming van de werkelijkheid in termen van zinvolle mogelijkheden voor de ontwikkeling van sociale cohesie en consistentie.

Transactie en persoonlijk eigendom

Er zijn drie voorwaarden die een belangrijke rol spelen bij het tot stand komen van transacties:

1. er moet een onderhandelingsobject zijn, in de vorm van een dienstverlening en/of object met authentieke waarde,

2. er moet een “valuta” zijn die het mogelijk maakt om waarde “virtueel” te berekenen en uit te drukken (onafhankelijk van samenleving, tijd, inspanning en kennis), en

3. er moet een “ virtuele afgrenzing” zijn van persoonlijk eigendom.

Persoonlijk eigendom is een kunstmatige grens die de sociale werkelijkheid in compartimenten verdeelt. Transacties halen authentieke waarde over die grens heen. De dienstverlening en/of het object met authentieke waarde gaat van verkoper naar koper, van persoonlijk eigendomsgebied A, naar persoonlijk eigendomsgebied B. In een sociale structuur zonder persoonlijke eigendomsgrenzen zijn transacties niet zinvol. In het begin van het natuurlijk systeem (een paar duizend jaar geleden) vormden goederen en samenleving een eenheid. Er werden uitsluitend waardedragers geruild (bv. een kip in ruil voor een speer). Op die wijze werd de verdeling van authentieke waarde sociaal geoptimaliseerd. Het droeg ertoe bij om voor verschillende personen met verschillende capaciteiten, betere mogelijkheden voor het toevoegen van authentieke waarde te creëren. Individu en sociale groep stonden in een win-win-relatie. Maar dat kan nu niet meer. Het huidige sociale regelsysteem is een structuur met scherp getrokken persoonlijke eigendomsgrenzen. Ruilen is niet meer zinvol, tenminste niet als bouwsteen van sociale cohesie. Veelmeer gaat het erom persoonlijk bezit achter de eigendomsgrens zo goed mogelijk te beveiligen en uit te bouwen. Dat gebeurt door middel van transacties. De zingeving daarachter is individueel. Het gaat om “winst”.

Winst is een transactie-effect. Voor winst geldt: hoe groter het verlies aan authentieke waarde, hoe groter de toename van virtuele waarde. Winst wordt rechtstreeks toegevoegd aan het persoonlijk eigendomsgebied. De authentieke waarde die verloren gaat, in termen van sociale cohesie, tijd, inspanning en kennis, gaat voor rekening van cultuur en/of natuur. Winst is de “impact” van een transactie op de werkelijkheid. Het effect ervan is snelle toename van persoonlijk eigendom. De collaterale “schade” wordt gedekt door de algemeenheid. Ieder mens weet dat, “ook als ie niet weet dat ie weet”, zou Arnold Cornelis zeggen. Niemand vraagt immers bij de aankoop van iets: “wat is 't waard”, maar wel: “wat kost 't”. Iedereen “weet” dat virtuele waarde ontstaat op grond van toegevoegde kosten voor de algemeenheid. Personen en samenleving staan in een win-verlies-relatie.

Het financiële systeem

Arnold Cornelis zegt: “Het financiële systeem is een kennissysteem waaraan het lerende karakter via onafhankelijke terugmelding ontbreekt. Een systeem zonder terugmelding is gek...” (Logica van het Gevoel, p. 550). Het financiële systeem refereert uitsluitend aan zichzelf. Het zit opgesloten in een “strange loop”, de zogenaamde “geld maakt geld lus”. Daarbinnen is de werkelijkheid overbodig, tenzij het systeem zichzelf in een eindeloze zelfspiegeling kwijtraakt. Dan ontploft de zelf opgeblazen geldzeepbel en wordt de woestijn waarin banken de enige oases zijn, even zichtbaar. Zolang dat nog niet het geval is verschijnen er allerlei fata morgana's, bizarre verschijningen zoals “investment bankers”, hedge funds”, “multinationals”, enz.. Dat zijn virtuele constructies die alleen zichzelf vertrouwen (“trust”). Ze zijn gespecialiseerd in het opzuigen van authentieke waarde uit ondernemingen. Zodra een bedrijf leeggezogen en failliet is, draait de samenleving op voor de begrafeniskosten. De “reële economie” is de voedingsbodem voor deze fata morgana's. Voor hun oncontroleerbare groei is veel “brandstof” nodig. Die wordt voldoende geleverd door het ecosysteem waar de natuur miljarden jaren aan heeft gewerkt, door de cultuur waar de mensheid duizenden jaar over heeft gedaan, en door de medewerkers en producten van goed werkende familiebedrijven. De vlieger gaat nog steeds op, maar de sporen van vernietiging in natuur en samenleving worden wel steeds duidelijker zichtbaar.

Zelfreferentie

Waar komt al dat geweld vandaan? Welnu, het financiële wereldsysteem berust op een geïnstitutionaliseerde fout, een soort oerfout”: de ontkoppeling in de relatie tussen authentieke waarde en virtuele waarde. Om die reden staat het financiële systeem los van de werkelijkheid. Wat niet werkelijk is kun je niet zien. Je kunt er dus ook niets aan veranderen. Maar er zijn wel indicatoren die, evenals paradoxen, naar de verborgen fout achter het systeem wijzen. Dat zijn bijvoorbeeld de “perverse prikkels waar Joris Luyendijk over spreekt in zijn boek Dit kan niet waar zijn”. Een mooie titel overigens want het financiële systeem kan per definitie “niet waar kan zijn”. Ik vat de “perverse prikkels” waar Luyendijk het over heeft samen door te zeggen: de oerfout achter het financiële systeem prikkelt de mens om zichzelf en de wereld te vernietigen.

Vrijheid

Een systeem dat uitsluitend aan zichzelf refereert moet escaleren. Het beschikt over een “vrijheid” zonder grenzen. Die maakt iedere vorm van controle en regulatie onmogelijk. Vrijheid zonder grenzen betekent chaos. En samenleving op grond van chaos is onmogelijk.

De vrijheid van de mens berust op “mogelijkheden voor zelfsturung”. Daarvoor zijn “wegen” nodig, in de vorm van grenzen die de werkelijkheid afbakenen. Bij de geboorte is de mens als een blinde die binnenkomt in een grote lege ruimte. In die ruimte is geen oriëntatie mogelijk. Hij kan hij nergens heen. De oplossing is leren. Leren betekent samen met anderen de lege ruimte van het leven communicatief invullen. Er worden grenzen getrokken waaraan de zelfsturing zich zinvol kan oriënteren. Vrijheid” is de “emerging quality” van dit ontwikkelingsproces. Er komen nieuwe mogelijkheden voor zelfsturing en grenzen bij waarover gediscussieerd kan worden. De historische neerslag van deze communicatieve invulling is cultuur. De grondslag ervan zijn waarde, waarheid en werkelijkheid die door mensen zijn gecreëerd.

Digi-tijd” is geen “reali-tijd”

Het merendeel van de financiële transacties op aarde gaat digitaal. In minder dan een seconde kan een computerprogramma voor 100 miljoen Dollar inkopen, en even later voor 102 miljoen weer verkopen. Bij het maken van die winst staat iedereen buitenspel, zelfs de eigenaar van het rekeningnummer dat in het computerprogramma is opgenomen en waarop de twee miljoen Dollar automatisch worden bijgeschreven. Zo wordt iemand eigenaar van bijvoorbeeld een kasteel waar drie generaties vakmensen 50 jaar lang aan hebben gewerkt, een enorme hoeveelheid authentieke waarde in ruil voor niets.

Tijd is een belangrijke bron voor authentieke waarde. A. Cornelis laat zien dat er een enorme versnelling zit in de evolutie, met als hoogtepunt het door de mens ingeluide “digitale tijdperk” (eigenlijk een verkeerde benaming omdat er aan de digitale tijd, perk nog paal zit). De kloksnelheid van de computer maakt het mogelijk om vier maal tien tot de zestiende (vier met zestien nullen) berekeningen per seconde te doen. Ten opzichte daarvan loopt de interne klok van de natuur met een snelheid van vier seizoenen per jaar behoorlijk achter. Dit enorme contrast maakt duidelijk hoever de computer, aan wie we de financiële macht over de authentieke werkelijkheid toevertrouwen, reeds van ons verwijderd is. Maar het is nog niet te laat. Want, technisch gezien is het geen probleem om de snelheid waarmee de computer financiële transacties uitvoert, kunstmatig te vertragen.

Voorstel

Het financiële systeem “kan niet waar zijn”. Daar is niets aan te veranderen. Maar we kunnen wel iets doen aan de overgang van virtuele waarde naar authentieke waarde.

Ik stel voor om d.m.v. een eenvoudig te realiseren (“boekhoudkundige”) maatregel, de systeemfout achter het financiële systeem op te heffen:

Alle banken en financiële instellingen ter wereld maken (verplicht) gebruik van een software die twee soorten bankrekeningen ter beschikking stelt: één voor uitgaven (A), en één voor inkomsten (V).

Voor het beheer van die rekeningen gelden vier regels die softwarematig bewaakt worden:

1. inkomsten kunnen alleen worden bijgeschreven op de V-rekening,

2. betalingen kunnen alleen worden gedaan vanuit de A-rekening,

3. de A-rekening kan alleen worden gevoed vanuit de V-rekening, en

4. van V naar A geldt een maximum snelheid van (bijvoorbeeld) 300 Dollar per dag!

Op deze manier is virtuele waarde, evenals authentieke waarde, afhankelijk van tijd!

De ontwikkeling en implementatie van de software is een fluitje van een cent. Ze kan gratis ter beschikking worden gesteld van alle betroffen instellingen. Natuurlijk moet er wel de nodige politieke bereidheid zijn om de software wereldwijd te implementeren. Maar dat mag in principe geen hindernis zijn aangezien hooguit één procent van de wereldbevolking er eventueel last van heeft. Bovendien heeft de staatskas er profijt van want het lost definitief het probleem op van belastingdeclaraties en belastingontduiking. Omdat alle virtuele vormen van waarden (geld, aandelen, obligaties, rekeningen, schuldbekentenissen, enz.) betroffen zijn, kunnen op elke transactie van V naar A automatisch belasting en sociale lasten worden ingehouden.

Op grond van deze minimale verandering worden de vernietigende effecten van snelle winst aanzienlijk gereduceerd. Om een miljoen dollar te kunnen uitgeven zijn ruim negen jaar nodig. Daarmee wordt de financiële tijdbom die tikt in het hart van de wereldeconomie, definitief onschadelijk gemaakt. Ook wordt de kloof tussen arm en rijk praktisch opgeheven, en krijgen de authentieke waarden (natuur, cultuur en sociale cohesie) de tijd om zich te regenereren en verder te ontwikkelen.

Kortom, maximale baten bij minimale kosten: welke kapitalist kan daarop tegen zijn?

Ik hoor graag jullie reacties!

Weergaven: 150

Hierop reageren

Berichten in deze discussie

Beste Hendrik,

Wat een prachtig artikel! Is er nog helemaal niet op gereageerd? Vreemd. Ook de gesuggereerde oplossing lijkt me briljant gevonden, al moet ik eerlijk bekennen dat ik de reikwijdte ervan niet kan overzien, daarvoor ben ik in dit opzicht te dom. Ik ga mijn zoon, die econoom is erin betrekken, die zal dat zeker leuk vinden. Hij werkt bij de OECD in Parijs, dus heeft wellicht kanalen om e.e.a. te implementeren hahaha.

Ik wil wel een kleine kanttekening plaatsen bij het begrip "authentieke waarde", zoals dat door jou wordt beschreven in je voorbeeld. Mij dunkt dat er een kleine aanvulling op zijn plaats is. Namelijk dat de context waarin een object zich bevindt zeker ook deel uitmaakt van de authentieke waarde. In die zin is de reden dat de villa in Parijs een veel grotere virtuele waarde heeft dan die in midden Frankrijk niet uitsluitend toe te schrijven aan "markt". Zoals zo vaak zal het wel iets complexer in elkaar steken. Maar je redenering vind ik erg helder en economisch lijkt die me ook relevant. Is dit idee alleen maar in dit artikel te vinden? Er is een boekje over alternatief geld ("Een @nder soort geld" van Helen Toxopeus en Henk van Arkel) dat zich ook bezig houdt met de soort vragen waar jouw artikel aan raakt. Ik vind dit idee daar helemaal in thuis horen, maar kan het er niet in terugvinden. Het lijkt erop dat "tijd" als variabele onvoldoende (niet?) onderkend wordt. Maar zoals gezegd, ik weet van deze zaken niets af. 

Hartelijke groet,

André Meester

Hallo André,

Hartelijk dank voor je positieve reactie. De kans is groot dat je zoon zal zeggen dat we allebei “dom” zijn. De naïve simpliciteit van mijn boekhoudkundige oplossing doet de haren van iedere econoom “Ten Berge” rijsen. Ik kwam met “grof geschut” omdat ik verontwaardigt ben over de « vanzelfsprekendheid » waarmee de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt.

Verder wil ik graag iets zeggen over onze “domheid”. Het pleidooi van Arnold Cornelis voor communicatieve zelfsturing is de aanmoediging om persoonlijke inzichten met elkaar te delen. Die inzichten zijn per definitie nooit “dom”. Wetenschappelijk gezien staan ze misschien op losse schroeven, maar daarom zijn ze niet minder “waar”. “De zon komt op in de keuken” is niet minder waar dan “de zon komt op in het oosten”. Dit bevestigt ook jouw opmerking m.b.t. “authenticiteit”. De concrete context “keuken” maakt deel uit van de authentieke (persoonlijk integrale) kennis van de mens, de abstracte context “oosten” niet, of in ieder geval in veel mindere mate.

Als we willen begrijpen wat “communicatieve zelfsturing” met zich mee brengt, dan moeten we de sociale rol en effecten van “wetenschap” kunnen relativeren. De individualisering van de samenleving veroorzaakt in toenemende mate spanning tussen lokale (keuken) en globale (oosten) kennis. Enerzijds garandeert schoolboek kennis de globale (wetenschappelijke) betekeniswaarde van de kennis inhouden, anderzijds speelt het Internet, waar organisatie, maatschappelijke waarde en betekenis van kennis totaal ontbreken, een steeds belangrijker rol. Op het Internet is alles op één niveau te vinden (reclame, wasmiddelen, filosofie, kwantummechanica, enz.). Wie daar z'n weg in de diepte wil vinden moet ervaring hebben op het gebied van communicatieve zelfsturing in de vorm van “navigatiekennis”, dat wil zeggen, maatschappelijk relevante kennis met een eigen dimensie van persoonlijke organisatie en betekenisverlening. Voor de ontwikkeling van dat soort kennis doet het onderwijs (volgens mij) niets, of veel te weinig.

..De mensen die gek (“dom”) genoeg zijn om te denken dat ze de wereld kunnen veranderen, zijn degene die het doen... (Steve Jobs)

Met vriendelijk groet,

Hendrik

Dag Hendrik,

Dank je wel voor het delen van dit inzicht over mijn (onze) "domheid". Zeer verhelderend! Ik moet de reactie van mijn zoon nog afwachten, ik heb hem gemaild. 

De wijze waarop jij Cornelis interpreteert en begrijpt vind ik heel leerzaam en ervaar ik als verdieping van mijn eigen enthousiasme over zijn boek, maar waar nog wel wat "onverteerd" materiaal bij zit. Bedankt ook daarvoor. Een mooi forum! Ik ben blij dat ik het gevonden heb.

Hartelijke groet,

André Meester

Antwoorden op discussie

RSS

© 2024   Gemaakt door Ad van Vugt.   Verzorgd door

Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden